Staatssecretaris maakt alleen op papier werk van koeien in de wei

op 9 juli 2015 door lise witteman in achtergrond


Het recente einde van het melkquotum ging gepaard met doemscenario’s van ontvolkte weiden. De Hollandse koe zou een toekomst tegemoet gaan zoals die van de varkens en de kippen in hun megastallen: levend op krachtvoer, in kleine hokken, mager van de enorme hoeveelheden melk die industrieel wordt ontnomen. Het kabinet en de Tweede Kamer zeggen zich daartegen te verzetten en willen juist méér koeien in de wei. Maar of de nieuwe regels daarbij helpen, is volstrekt de vraag. Hoe gaat staatssecretaris Dijksma dan wél de ambities waarmaken?

Drie maanden na het afschaffen van het melkquotum zijn er in Nederland al bijna 300 melkveebedrijven met meer dan 250 koeien, kopt dagblad de Telegraaf dat de melkprijs onder druk staat en dreigen we door het Europese mestplafond (fosfaat) te schieten. Die trend staat in schril contrast met de ambities van staatssecretaris Sharon Dijksma. Zij heeft gezegd geen verdere industrialisering van de melkveehouderij te willen. Ze zegt er zelfs naar te streven dat in 2020 80 procent van de koeien een gedeelte van het jaar in de wei doorbrengt, tegen zo’n 70 procent nu.

Dat zijn forse uitspraken, die op de korte termijn flinke aanpassingen van beleid vergen. Maar van de nieuwe regels die nu uit Den Haag vloeien, is het hoogst onzeker wat het effect is op de groei van megastallen in de melkveehouderij. Zo legde Dijksma de eis van ‘grondgebondenheid’ wettelijk vast in aanloop naar het afschaffen van het melkquotum per april. Het idee is dat boeren voldoende grond moeten hebben om hun mest uit te kunnen rijden. Dat dit kán leiden tot meer weidegang, is vooral een aardige bijkomstigheid, erkende Dijksma zelf ook al in haar brief. En een rondgang langs zowel de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NVM) als de Landbouw- en Tuinbouw Organisatie (LTO) leert dat er niet direct signalen uit de praktijk zijn dat boeren hierdoor moeten terugschalen. Hooguit stíjgt het aantal koeien minder hard. Dat is overigens ook in lijn met de resultaten van een vooruitblikkend onderzoek van de Universiteit Wageningen vorig jaar. Hieruit bleek dat de trend van intensivering en schaalvergroting slechts in geringe mate zou worden afgeremd door de grondgebondenheid-eis.

Schaalvergroting vs weidegang

Daarnaast introduceerde Dijksma vorige week fosfaatrechten, toen bleek dat tegen de sectorafspraken in het Europese maximum werd bereikt. In het vervolg worden melkveebedrijven gebonden aan een maximale hoeveelheid fosfaat die hun koeien met mest mogen produceren. Die fosfaatrechten mogen overigens ook verhandeld worden met andere bedrijven. In hoeverre dit dus daadwerkelijk een beperking zal blijken van de melkveehouderij, is volstrekt onduidelijk, stellen ook de vertegenwoordigende organisaties. Bovendien moeten de plannen nog concreet worden uitgewerkt.

En dan is er voor de volledigheid nog de wettelijke verankering van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Die vraagt van vooral melkveehouders een reductie van de ammoniak-emissie en kan voor boeren dus een remmend effect hebben op de groei, maar ook grotendeels worden ondervangen door te investeren in duurzaamheid.

Nu hóeft het natuurlijk niet zo te zijn dat schaalvergroting binnen de melkveehouderij ook leidt tot relatief minder koeien in de wei. Maar uit cijfers van het CBS blijkt wel een direct verband: op bedrijven met 120 melkkoeien of meer, komt 54 procent van de melkkoeien in de wei. Dit is bij de melkveehouders met minder dan 40 melkkoeien nog ruim 94 procent. Het is immers domweg onpraktisch om grote hoeveelheden koeien zowel vaak te melken als regelmatig in de wei te laten staan.

Weidepremies

Hoog tijd dus om met een concrete aanpak te komen, vond ook de Tweede Kamer vorig jaar toen ze de staatssecretaris middels een motie opriep tot een toekomst waarbij de zogenoemde weidegang voor alle koeien kan worden gegarandeerd. Dijksma noemde de motie echter niet haalbaar ‘omdat dit voor een deel van de melkveebedrijven grote praktische bezwaren heeft en grote gevolgen voor de continuïteit’. Wel onderstreepte ze nogmaals haar voornemen om weidegang verder aan te moedigen.

Maar als via wetgeving niet geregeld wordt dat er meer koeien in de wei komen, hoe wil Dijksma dan die ambities waarmaken? Navraag bij het ministerie van Economische Zaken levert op dat vooral wordt ingezet op het Convenant Weidegang: vrijblijvende afspraken met de sector om meer koeien in de wei te stimuleren. ‘De staatssecretaris zet zich in om het ambitieniveau van dat convenant omhoog te krijgen,’ aldus de woordvoerder. ‘Bovendien is een miljoen euro uitgetrokken ter ondersteuning daarvan.’

Op de vraag in hoeverre is onderzocht of dergelijke afspraken ook echt tot de gewenste doelen zullen leiden, is het antwoord: ‘Op dit moment zijn er nog geen concrete stappen of resultaten, maar de sector is echt doordrongen van het belang van meer weidegang. Die mindset is het belangrijkste. En als het niet de goede kant op dreigt te gaan, is Dijksma natuurlijk weer aan zet.’

Wel denkt het ministerie dat een hogere toelage aan boeren voor melk van weidekoeien, uiteindelijk de effectiefste methode is om weidegang te bevorderen. Een zogenaamde weidepremie dus, betaald door de industrie, doorberekend aan de duurzaamheidsbewuste consument. Die premies werden ook al een aantal jaar terug geïntroduceerd, maar toch kwamen er relatief minder koeien in de wei terecht. Per 2015 hebben bedrijven zoals FrieslandCampina daarop de tarieven verder verhoogd, maar of daarmee ook meer weidegang is gegarandeerd kan René van Buitenen van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) niet zeggen: ‘Iedere onderneming kan hierin zijn eigen beleid voeren. Of daarmee uiteindelijk ook de weidegang-ambities worden ingevuld, zal dus moeten blijken.’ Van Buitenen is niet bevreesd dat Dijksma anders alsnog met wettelijke normen komt: ‘Ik heb begrepen dat dat voor haar niet tot de opties behoort.’

Bovendien wordt met weidepremies hooguit een deel van het probleem getackeld. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) legt uit dat de premies ‘voorlopig alleen relevant zijn voor de binnenlandse consumptie van Nederlandse zuivel, die een derde van de binnenlandse productie bedraagt’. Grote afnemer China bijvoorbeeld zal het om het even zijn of onze koeien in de wei staan en is vooral geïnteresseerd in de kwaliteit van de Nederlandse zuivel. En op die wereldmarkt staan de melkprijzen wel degelijk onder druk. Het PBL verwacht dan ook dat de weidegang in de toekomst verder zal afnemen: ‘De nieuwe melkveewet en de PAS verkleinen de risico’s dat de uitbreiding van de melkveehouderij ten kosten gaat van de weidegang, natuurherstel en de grondgebondenheid, maar nemen deze niet weg.’

Het heeft er daarmee alle schijn van dat Dijksma flinke druk op de ketel zal moeten zetten als ze haar ambities nog bewaarheid wil zien worden. Met de stappen die nu worden gezet, lijkt het al heel wat als überhaupt de status quo wordt gehandhaafd. Realistischer is dat met de afschaffing van het melkquotum, alle goede voornemens uiteindelijk zullen bezwijken onder druk van de markt.

Tags:

Reageren?

Comments are disabled.