‘Ik meld me weer’ (FD Persoonlijk)

op 10 maart 2012 door lise witteman in interview

Over één aspect van het interview maakt voormalig ProRailtopman Bert Klerk (60) zich een beetje zorgen. Door de medicijnen die hij moet slikken, heeft hij een opgezwollen hoofd en nek. Kan hij niet beter even bij ProRail nagaan of ze nog een goede foto uit betere tijden hebben?

De foto’s op deze pagina’s komen niet uit het archief, dat u het weet. Klerk mag er nog een beetje geteisterd uitzien, maar is er weer bijna helemaal bovenop. Nadat de kanker het vorig jaar had gewonnen van zijn baan, lijkt Klerk het nu te hebben gewonnen van de kanker. Dit interview is het eerste sinds hij een jaar geleden afscheid nam als topman van spoorwegbeheerder ProRail. Klerk wil weer aan de slag, heeft zin om te werken. Opgewekt: ‘Ik steek mijn vinger weer op!’

Tien jaar geleden leek het leven nog zo overzichtelijk. Bij de splitsing van NS werd Klerk aangewezen als de topman van het bedrijfsdeel dat het spoor moest gaan beheren en onderhouden. Dat bedrijf, dat enige jaren later ProRail zou gaan heten, stond voor ingrijpende veranderingen en hij zou die in goede banen moeten leiden. Maar al snel bleek hoe groot de werkelijke uitdaging was die hem te wachten stond. Klerk kwam erachter dat het spoor zich ‘in hopeloze toestand’ bevond.

Daarop legde hij zijn politieke baas — de minister van Verkeer en Waterstaat — drie scenario’s voor de nabije toekomst voor, waarin in meer of mindere mate in het spoornet geïnvesteerd zou worden. De minister koos voor de middenoptie, waarin het bedrijf de nijpende problemen zou wegwerken. Klerk: ‘Mij is wel verweten dat ik scherper had moeten onderhandelen, maar ik vond dat het aan de politiek was om daar een keuze in te maken. Ik zou het nu weer zo doen.’

Het werd een roerige tijd. ProRail kreeg de publieke opinie tegen zich als het treinverkeer weer eens tot stilstand kwam vanwege bladeren op het spoor of wissels die niet winterbestendig bleken. Verklaringen die steevast werden weggehoond door pers, politiek en publiek. Klerk werd dan — evenals de top van NS, die verantwoordelijk is voor het reizigersdeel van de spoorwegen — op het matje geroepen bij het parlement of de minister. ‘Dat vond ik bizar’, zegt Klerk nu. ‘De Tweede Kamer had vooraf een afweging gemaakt om ergens wel of niet geld aan uit te geven, en gaf vervolgens mij de schuld als iets het niet deed. Daar heb ik zeker in het begin moeite mee gehad.’

Aan de andere kant, vindt Klerk, je weet van tevoren dat je het nooit goed doet met een baan die in de spagaat zit tussen overheid en bedrijfsleven. ‘Er zijn zestien miljoen mensen die allemaal een opvatting over je werk hebben. Als je daar niet tegen kunt, moet je er niet aan beginnen. Maar het is niet altijd leuk. Ik heb enorm veel reacties gekregen van mensen die mij voor alles en nog wat uitmaakten. Zeker in tijden dat het slecht ging: als er sneeuw lag of toen met de brand bij de verkeersleiding in Utrecht. “Zou je niet eens oprotten”, in die trant. Er zat geen terughoudendheid meer bij.’

Toch heeft Klerk maar van één ding echt wakker gelegen: de veiligheid van het spoor. ‘Vooral in die beginfase dat het spoor zo slecht onderhouden was. Stel je voor… dacht ik dan.’

Daarbij kwam nog een andere grote uitdaging: na de splitsing van de Nederlandse Spoorwegen moesten drie bedrijfsonderdelen tot één organisatie gesmeed worden, ProRail. Om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, hield Klerk praatsessies, die een oude vriendin van hem later als ‘een beetje geitenwollensokkenachtig’ schetst.

Klerk lacht enigszins ongemakkelijk om de typering, want cynisch doen over zijn mensen of bedrijf, dat zal deze zelfverklaarde calvinist niet snel doen. ‘Ik vond het vooral een enorme investering van tijd’, zegt hij aarzelend. ‘Ik vond het belangrijk mensen vertrouwen te geven, de mensen die het werk uiteindelijk moeten doen. Daarom ben ik ook altijd breed voor mijn werknemers gaan staan als we kritiek kregen. Ik kon het moeilijk uit mijn strot krijgen dat we soms fouten hadden gemaakt.’

Zoals tijdens het televisieprogramma Buitenhof in 2010, toen winterweer het treinverkeer opnieuw op de knieën had gedwongen. Klerk wil in dat interview nog wel kwijt dat ‘het niet goed genoeg was’, maar van ‘een gammel spoorwegnet’ wil hij absoluut niet horen. Zijn boodschap aan Nederland: ‘We hebben er álles aan gedaan om voor de reiziger een stabiel spoorsysteem te bouwen, we leveren de beste prestaties qua veiligheid.’

Kanker op je bagagedrager

Misschien is het ook vanwege die betrokkenheid dat Klerk zich enorm aangegrepen voelde toen iemand uit de organisatie bij zijn aftreden schreef dat hij zijn ziekte altijd verborgen heeft gehouden. ‘Die persoon zette mij neer als iemand die ik helemaal niet was: gesloten, iemand die dingen voor zichzelf houdt. Terwijl ik juist wilde dat iedereen begreep wat er met mij aan de hand was. Zeker toen de mensen mij net als nieuwe baas kregen en een hele reorganisatie voor de boeg hadden.’

Want Klerk was nog maar net aangetreden bij ProRail, in 2001, toen de diagnose van lymfeklierkanker werd gesteld. Een knobbeltje in zijn lies, daar begon het mee. Voor de zekerheid even langs het ziekenhuis. Zonder zijn vrouw, het was toch niets ernstigs. Klerk: ‘Die arts zei: “U heeft non-Hodgkin, meld u zich maar bij de internist.” Ik had geen idee, ik was totaal in de war. Voor het ziekenhuis heb ik zitten janken. En in de trein, op weg naar mijn werk, keek ik met tranen in mijn ogen naar de koeien in de velden. Ik wist: die zie ik straks niet meer. Ja, ik was er echt van overtuigd dat ik dood ging. Kanker, daar ga je dood aan.’

De raad van commissarissen was al op zoek naar een interim-manager, maar al snel werd duidelijk dat de artsen voor deze variant kanker adviseerden niets te doen en rustig af te wachten hoe de ziekte zich zou ontwikkelen. ‘Vervolgens moest ik dáár weer enorm aan wennen’, zegt Klerk. ‘Het waren mijn vijanden, die knobbeltjes waar voorlopig niets aan gedaan zou worden. Het kon nog jaren duren voordat er moest worden ingegrepen. Ik heb later gedacht dat het is alsof je altijd lymfeklierkanker op je bagagedrager hebt zitten. De spontaniteit verdwijnt uit je leven.’

Het duurde inderdaad nog jaren voordat de knobbels tot last werden; de kanker verdween in de tussentijd naar de achtergrond. Dat het een onderdeel van Klerks leven was geworden, blijkt ook uit de manier waarop hij over de ziekte praat. Makkelijk, alsof het gaat over problemen met de verbouwing van een huis of een lastige klus die binnen het bedrijf geklaard moest worden.

In 2008 werd de situatie voor het eerst weer penibel. Een knobbeltje op een verkeerde plek, een chemokuur, weken uit de roulatie. Later nog eens een lastig knobbeltje en weer zo’n chemokuur. Na een tijdje afwezigheid ging Klerk gewoon weer aan het werk. Vermagerd, dat wel. En kaal. ‘Toch hinderde het me niet in mijn functioneren. Ik vergat het vrij snel. Hopelijk ben ik die dikke nek straks ook weer snel vergeten. Pas de laatste keer, toen een heftige chemokuur de knobbels voor vier jaar moest verjagen en ze al na twee jaar terug waren, zag ik het einde weer nabij komen.’

Alleen een beenmergtransplantatie bood nog uitzicht op genezing, maar die behandeling is zo heftig dat Klerk niet kon blijven werken. ‘Dat was heel raar. Het was een onwaarschijnlijk turbulente tijd voor ProRail en opeens was het over. Ik stond helemaal stil. Even schoot door mijn hoofd: ik ga een jaar de vergetelheid in. Wat ben ik daarna? Een betekenisloze burger van deze samenleving? Maar doordat er zoiets totaal anders voor ProRail in de plaats kwam — mijn eigen lijf — heb ik van dat bekende zwarte gat helemaal geen last gehad.’

Tot het randje

Zo werd de strijd tegen kanker door Klerk benaderd als zijn nieuwste project. Zware chemotherapie, de beenmergtransplantatie, het hechtingsproces van het nieuwe merg, nog een tijdje ziek en dan zou hij rond september wel weer op de been zijn. ‘In werkelijkheid was het veel heftiger dan ik had gedacht. Ik ben veel langer en veel dieper ziek geweest. Ik ben echt een paar keer op de bodem heen en weer gestuiterd. Ik voelde me een schim van wie ik ooit was. Juist toen ik dacht het einde in zicht te hebben, kwam in december die rommel, die kankercellen, gewoon weer terug. Door de transplantatie kon dat geen kwaad meer, maar ik heb er een grote mentale inzinking van gekregen. Je kunt niet domweg in je agenda schrijven: 31 december, dan is het zover, dan ben ik weer het ventje. Ik heb het geprobeerd, maar ik ben daar niet in geslaagd.’

Desalniettemin is Klerk nu zo goed als genezen. En aangezien hij niet bepaald het type is om werkloos thuis te zitten, steekt hij alvast weer zijn kop boven het maaiveld uit. ‘Wellicht opnieuw iets in de nutssector’, mijmert hij. ‘Daar speelt dezelfde problematiek van de spagaat tussen overheid en markt als waar ik bij ProRail mee te maken kreeg. Of verder in de richting van het elektrisch vervoer. Ik zie wel wat er op me afkomt.’

Hij vindt dat hij door zijn ziekte een emotioneler mens is geworden. ‘Ik ben sneller ontroerd door kleine voorvallen; ik kreeg tranen in mijn ogen van dat meisje met die harp in The Voice of Holland. Ik wil de komende jaren vooral nog leuke dingen doen.’

Leuke dingen? Bent u dan minder calvinistisch geworden?

‘Dat is heel dubbel. Ik heb nog steeds de drang een bijdrage te leveren. Tegelijkertijd zeg ik nu tegen mijzelf: je hoeft niet meer noodzakelijkerwijs tot het randje te gaan. Ik mag meer opkomen voor mijzelf, al vind ik het nog moeilijk om dat hardop te zeggen.’

Maar u gaat het wel doen.

‘Dat ik meer relaxed in het leven moet staan, is duidelijk. En als ik dan nog een paar goede dingen kan doen in deze samenleving, zou me dat heel veel vreugde geven. Ik zie er enorm naar uit.’

Tags:

18 reacties

  1. Theodore

    25 november 2014 @ 18:13

    ralph

    28 november 2014 @ 02:06

    ron

    30 november 2014 @ 19:03

    Alex

    1 december 2014 @ 07:46

    Julian

    5 december 2014 @ 23:28

    Charles

    6 december 2014 @ 20:44

    Clinton

    12 december 2014 @ 20:56

    Shannon

    14 december 2014 @ 09:35

    hubert

    15 december 2014 @ 14:57

    Homer

    15 december 2014 @ 15:31

    ruben

    19 december 2014 @ 18:25

    corey

    15 januari 2015 @ 04:38

    charles

    16 januari 2015 @ 06:02

    Edward

    20 januari 2015 @ 08:24

    Jesus

    20 januari 2015 @ 15:04

    Leo

    21 januari 2015 @ 07:00

    Paul

    21 januari 2015 @ 16:15

    darrell

    29 januari 2015 @ 22:27

    Accountants allochtonen amsterdam arbeidsmarkt criminaliteit crisis cultuur denemarken dieren economie europa Financieel FollowTheMoney immigratie Job Cohen journalistiek justitie Lobby marokko media milieu obama ondernemen onderwijs openbaar vervoer politiek binnenland politiek buitenland porno ProRail psychologie PvdA PVV recht vakantie verenigde staten wilders

  • Meta

  • RSS twitter.com/LiseWitteman