Rutte en Wilders dromen van Denemarken, tevergeefs

op 27 juli 2010 door lise witteman in achtergrond

Voor Geert Wilders en Mark Rutte is het Deense migratiebeleid, het strengste binnen Europa, een lichtend voorbeeld. Maar nog geen kwart eeuw geleden omarmde Denemarken elke vreemdeling die aanklopte. De strikte immigratieregels brachten het land felle internationale kritiek, maar ook dankbare resultaten. Voormalig premier Anders Fogh Rasmussen in 2009: “Ik kan het Nederland aanraden.”

Voordat Denemarken het strengste immigratiebeleid van Europa doorvoerde, stond het kleine Scandinavische land bekend om zijn hartelijkheid jegens nieuwkomers. Net als in Nederland, had sociaal-democratische politiek van Denemarken een verzorgingsstaat gemaakt, waarop iedereen kon terugvallen. Ook immigranten, die bovendien mochten rekenen op kortingen voor vervoer, behuizing en onderwijs. Dit asielzoekerswalhalla gecombineerd met het gastarbeidersprogramma uit de jaren 60 en 70 lokte grote stromen immigranten naar de Deense steden. De multiculturele samenleving was geboren, en de Denen waren er trots op.

Maar tegen de jaren ’90 begon onder de bevolking het besef te ontstaan dat de vreemdelingen die zo welkom ontvangen waren, ook problemen met zich meebrachten. De moslimgemeenschap groeide in hard tempo door gezinshereniging en een voor Westerse begrippen verbijsterend hoog geboortegemiddelde: 6,4 kinderen per gezin. Tegelijkertijd was van integratie weinig sprake. Grote groepen islamitische immigranten verschansten zich binnen een soort exclusieve moslimenclaves en hadden maar weinig op met de liberale manier van leven van de Denen. Vanuit de enclaves kwamen berichten van antisemitisme, vrouwenonderdrukking en extremisme.

De Denen weigerden deze ontwikkelingen met lede ogen aan te zien. De sluimerende onvrede zwol in de jaren ’90 aan en leidde in 1995 tot de oprichting van de Deense Volkspartij, het equivalent van de PVV. Bij de verkiezingen van 1998 won de Volkspartij meteen 7,1 procent van de stemmen en gaf daarmee een niet mis te verstaan signaal af. Ook lieten gezaghebbende burgemeesters van zich horen, wijzend op de prijs die hun steden voor het multiculturalisme moesten betalen. Onder deze dwingende geluiden zag de heersende sociaal-democratische partij zich genoodzaakt de vreemdelingen- en immigratiewetten flink aan te scherpen. Denemarken kreeg het strengste immigratiebeleid van Europa.

In 2000 gooide een immigratieonderzoek van een Deense cultuursocioloog en liberaal parlementslid nog eens extra olie op het vuur. Eyvind Vesselbo volgde gedurende dertig jaar 245 Turkse mannen die in 1969 en 1970 naar Denemarken waren geïmmigreerd en gingen wonen in de stad Ishøj. In de loop der jaren groeide de groep door familiehereniging en geboorte uit tot 2813 mensen. Alle Turkse mannen haalden hun vrouw uit Turkije en ook hun zonen en dochters trouwden, op één na, een Turk. De conclusies legden een bom onder de Deense integratiepolitiek.

Het oplaaiende debat veranderde het politieke landschap ditmaal radicaal. De Deense Volkspartij groeide verder en kreeg in 2001 twaalf procent van de stemmen. De sociaal-democraten werden na bijna tien jaar uit de macht gestoten. Het nieuwe kabinet bestond uit conservatieven en liberalen, met de gedoogsteun van de Volkspartij. De liberaal Anders Fogh Rasmussen, die campagne had gevoerd voor strengere immigratiewetten, werd minister-president.

Meteen in 2002 scherpte de rechtse regering de vreemdelingen- en immigratiewetgeving aan met als uitgangspunt dat ‘het aantal buitenlanders dat naar Denemarken komt beperkt moet worden, en striktere vereisten moeten worden doorgevoerd aangaande hun plicht zichzelf van onderhoud te voorzien’. De internationale politiek reageerde geschokt op de in haar ogen zeer intolerante maatregels. Buurland Zweden beschuldigde Denemarken van het ondermijnen van de Scandinavische solidariteit, Europa en de Verenigde Naties spraken van racisme en Islamofobie, de Washington Post repte van discriminatie en de London Guardian kopte dat er werd ‘geflirt met fascisme’. Maar de Denen haalden hun schouders op, hun immigratiebeleid was hun zaak.

Ook via rechtszaken bij het Europese Hof van Justitie werd geprobeerd het Deense asielbeleid aan de kaak te stellen. In Nederland leidden vergelijkbare aanklachten tot het verplicht terugdraaien van veel maatregels die minister Verdonk had ingevoerd. Maar de Denen hadden het beter geregeld. Bij de goedkeuring van het Verdrag van Maastricht, kozen ze ervoor om niet mee te doen met de Euro, met het Europese justitiebeleid en het Europese defensiebeleid. En bij het Verdrag van Amsterdam hielden ze vast aan een eigen asiel- en migratiebeleid. Ook bij de Europese gezinsherenigingsregels die nota bene Verdonk in 2003 goedkeurde en waar onder andere de Nederlandse 21-jaarregel voor huwelijksmigranten op strandde, gaven de Denen niet thuis.

Intussen wierp het strenge migratiebeleid haar vruchten af. Al in de eerste jaren van de nieuwe regelgeving nam de gezinsmigratie af met tweederde, evenals de aanvragen en toekenningen voor asiel. Tegelijkertijd zagen de Scandinavische buurlanden Zweden en Noorwegen hun asieltoewijzingen stijgen met respectievelijk negentien en drie procent. Ook kreeg Zweden naar eigen zeggen te maken met ongeveer duizend half Deense/half niet-Europese echtparen die vanwege de strenge migratieregels net over de grens in Zweden kwamen wonen. Veel van die Denen forenzen dagelijks tussen Malmö en Kopenhagen via de Øresundbrug die daar de bijnaam ‘liefdesbrug’ aan te danken heeft. Maar toen Zweden eens kritiek uitte op het Deense beleid, wimpelde de leider van de Deense Volkspartij die weg: “Als zij zo graag Stockholm, Gothenburg of Malmö in een Scandinavisch Beirut willen veranderen, met bende-oorlogen, eerwraken en groepsverkrachtingen, gaan ze hun gang maar. Wij kunnen nog altijd een barrière op de Øresundbrug plaatsen.”

Net toen het stof over het immigratiebeleid iets leek te zijn gaan liggen, deed de cartooncrisis in 2005 het land een laatste keer schudden op zijn grondvesten. In reactie op de twaalf spotprenten die een Deense krant van de Islamitische profeet Mohammed afbeeldde, ontstonden in de hele moslimwereld rellen. De kwestie verdeelde de Deense politiek, met Rasmussen aan de kant van de krant. En opnieuw klonk er de roep om minder immigratie en meer opsporingsbevoegdheden. Maar uiteindelijk liet de hype amper politieke sporen na en lijkt het immigratiedebat na meer dan een decennium hoogtij te hebben gevierd, over zijn hoogtepunt heen.

Op Europese schaal bekeken, liep Denemarken voorop in het aanpakken van immigratie- en integratieproblemen. In andere landen woedt de discussie nog hevig. De VVD en de PVV, die bij de afgelopen verkiezingen grote winsten boekten, pleiten beiden voor een immigratiebeleid naar Deens model. Ook bij de brede heroverwegingen waarvan de conclusies dit voorjaar werden gepubliceerd, werd naar Denemarken gekeken om de immigratiekosten omlaag te krijgen. Maar vanwege de Europese regels waar Nederland wél rekening mee moet houden, is het Deense beleid praktisch onnavolgbaar. Daarvoor zouden vele Europese besluiten opnieuw op de onderhandelingstafel terecht moeten komen. Nog afgezien van de vraag of al die moeite tot resultaten zou leiden, is dat een proces waar sowieso jaren overheen gaan.

Tags: , , ,

6 reacties

  1. Everett

    29 november 2014 @ 12:39

    michael

    8 december 2014 @ 19:31

    lynn

    10 december 2014 @ 11:46

    donald

    10 december 2014 @ 12:20

    Ronald

    20 december 2014 @ 22:37

    Donnie

    15 januari 2015 @ 19:07

    Accountants allochtonen amsterdam arbeidsmarkt criminaliteit crisis cultuur denemarken dieren economie europa Financieel FollowTheMoney immigratie Job Cohen journalistiek justitie Lobby marokko media milieu obama ondernemen onderwijs openbaar vervoer politiek binnenland politiek buitenland porno ProRail psychologie PvdA PVV recht vakantie verenigde staten wilders

  • Meta

  • RSS twitter.com/LiseWitteman