De journalistieke opleiding en het representatieve vraagstuk

op 1 februari 2010 door lise witteman in column

Van de journalisten die nu lesgeven bij de Master Journalistiek en Media aan de UvA, heeft het gros zelf nooit een opleiding tot journalist gevolgd. Via omwegen, en vooral via via, kwamen ze uiteindelijk bij de pers terecht. Een hele andere weg dan hun studenten nu afleggen. Gaat het selectieproces dat wij doorstaan, uiteindelijk ten koste van de representatieve functie van de media?

Wie kort in de levensgeschiedenissen duikt van de grotere journalistieke namen, merkt op dat deze mensen rond de leeftijd van de huidige studenten journalistiek eigenlijk prutsers waren. Matthijs van Nieuwkerk voltooide nooit zijn studie Nederlands, Paul Witteman mislukte als pianist, Jan Blokker begon twee studies, maar voltooide er geen. Hun studententijd stond in het teken van nevenactiviteiten.

Creativiteit en betrokkenheid, dat waren toverwoorden. Daarom rommelden de gesjeesde studenten wat bij studieblaadjes en schimmige bewegingen totdat ze, min of meer per ongeluk, de landelijke pers in struikelden. Hun prille talenten werden daar door de oude rotten van het vak bijgeschaafd en na een lange periode van zichzelf bewijzen, mochten ze zichzelf dan journalist noemen. De chaotische prelude had als groot voordeel dat de aanstormende grote journalisten gedurende lange tijd een eigen identiteit en achtergrond hebben kunnen ontwikkelen, waarmee ze later een eigen licht op actualiteiten hebben kunnen werpen. Ze vonden hun weg naar de pers via de moeilijke methode: heel veel proberen, heel zelden slagen.

Ik schijn met mijn medestudenten te behoren tot een groepje uitverkorenen: de aanstaande pers. Na zware selectierondes is mijn achtergrond en ervaring door enkele vakmensen geknipt bevonden voor het beroep van journalist. Ik heb mij bewust laten selecteren, zoals een vrucht van generatie-Y waardig: al vanaf mijn zeventiende heb ik er alles aan gedaan om mijn c.v. voldoende journalistiek op te leuken. En ik werd, geheel volgens plan, toegelaten.

Iedere dag krijg ik een massa informatie aangereikt die een wereld voor me opent. Met elke tik op de vingers heb ik het gevoel een iets betere schrijver te zijn geworden. Een betere deur die toegang verschaft tot een plaatsje bij een dagblad is er niet. Maar toch vraag ik mij steeds meer af of een dergelijke uniforme opleiding de kwaliteit van de journalistiek in Nederland uiteindelijk ten goede komt.

Ondanks dat wij, studenten journalistiek, verschillende studies hebben gevolgd, hebben we vooral veel gemeen. We hebben de discipline gehad om niet alleen een academische studie te voltooien, maar ook om dat volgens de eisen van de selectiecommissie te doen: ruim voldoende en op tijd. Daarbij hebben we aan de vereiste nevenactiviteiten deelgenomen: een beetje buitenland hier, een stageplaatsje daar, een studentenblaadje tussendoor. En nu worden we door dezelfde vakmensen die ons uitkozen, verder opgeleid tot gedegen onderlegde journalisten die breed inzetbaar zijn en staan wij vooraan om een prominente stage te bemachtigen. Over ruim een jaar, zo is de theorie, zijn we klaar voor de werkvloer.

Maar dan. Door het selectieproces zie ik het risico dat er een eenzijdiger journalist ontstaat. In plaats van een allegaartje aan kritische mensen dat op eigen kracht zijn weg naar de redacties heeft kunnen vinden, zullen landelijke redacties door de journalistieke Masters toenemend gaan bestaan uit geslaagde academici. En op dit punt kan dezelfde kritiek worden gegeven als op een parlement dat voornamelijk bestaat uit personen die zich voor hun ontwikkelingsproces uitsluitend binnen universitaire gelederen hebben voortbewogen. Een gebrek aan representatie.

Kwaliteitsmedia zouden wat mij betreft de eigenschappen moeten hebben dat ze de maatschappij kennen en aanvoelen. Ik vraag me daarom af of bij de selectie van nieuwe journalistieke aanwas levens- en werkervaringen niet zwaarder moeten wegen. Waar zijn de it’ers onder ons? Of de doorgewinterde ondernemers? Wie heeft er verstand van de dagelijkse gang van zaken in de zorg, of in de politiek? Natuurlijk, taalgevoel en een analytisch brein zijn must-haves voor een journalist. Maar ik durf te betwijfelen of die eigenschappen alleen zijn weggelegd voor hen die met een academisch papiertje kunnen wapperen. En vice versa.

Tags: ,

23 reacties

  1. Hubert

    26 november 2014 @ 05:23

    Julius

    27 november 2014 @ 16:18

    Robert

    28 november 2014 @ 00:45

    Harry

    28 november 2014 @ 12:23

    armando

    29 november 2014 @ 22:31

    Brad

    1 december 2014 @ 02:26

    edward

    4 december 2014 @ 19:58

    kyle

    4 december 2014 @ 23:20

    theodore

    11 december 2014 @ 03:32

    Carlos

    14 december 2014 @ 04:13

    wade

    14 december 2014 @ 17:39

    adam

    14 december 2014 @ 18:14

    jordan

    14 december 2014 @ 18:47

    maurice

    16 december 2014 @ 17:25

    Vincent

    18 december 2014 @ 03:20

    darryl

    18 december 2014 @ 03:53

    Edward

    18 december 2014 @ 04:28

    franklin

    19 december 2014 @ 13:59

    Maurice

    20 december 2014 @ 04:41

    herman

    20 december 2014 @ 07:43

    clarence

    21 december 2014 @ 01:33

    Melvin

    19 januari 2015 @ 13:28

    Ross

    20 januari 2015 @ 06:54

    Accountants allochtonen amsterdam arbeidsmarkt criminaliteit crisis cultuur denemarken dieren economie europa Financieel FollowTheMoney immigratie Job Cohen journalistiek justitie Lobby marokko media milieu obama ondernemen onderwijs openbaar vervoer politiek binnenland politiek buitenland porno ProRail psychologie PvdA PVV recht vakantie verenigde staten wilders

  • Meta

  • RSS twitter.com/LiseWitteman